Ga naar hoofdinhoud

Wat is JavaScript?

Elke webpagina bestaat uit drie lagen. Vergelijk het met een huis:

TaalRolVergelijking
HTMLDe inhoud en structuurDe stenen, muren, het skelet
CSSDe vormgevingDe verf, het behang, de meubels
JavaScriptHet gedragDe lichtschakelaars, de wifi, de deuren die opengaan

Zonder JavaScript is een pagina statisch: alleen iets om te bekijken. Met JavaScript wordt de pagina interactief.

Wat kan JavaScript?

Een paar voorbeelden van wat je in deze lessen bouwt:

  • Een knop die de tekst op de pagina verandert zodra je hem klikt
  • De teller die bijhoudt hoe vaak je iets hebt gedaan
  • Een verhaaltjesmachine die vragen stelt en er een verhaal van maakt
  • Het score-systeem dat reageert op wat de gebruiker doet

In het echte web doet JavaScript veel meer: video's afspelen, kaarten tonen, formulieren controleren, chatberichten versturen, spelletjes laten draaien. Alles wat reageert op wat jij doet, is bijna altijd JavaScript.

Waar komt JavaScript te staan?

Net als CSS koppel je JavaScript aan een HTML-pagina. Dat kan op drie manieren:

  1. Inline: direct in een HTML-attribuut zoals onclick="..."
  2. Intern: in een <script>-tag binnenin je HTML
  3. Extern: in een apart bestand script.js

Je leert ze in deze volgorde, van simpel naar professioneel.

Hoe de lessen werken

Elke les volgt een vast patroon (de PRIMM-methode):

  • Predict: eerst nadenken over wat de code gaat doen.
  • Run: daarna pas uitvoeren in de editor.
  • Investigate: experimenteren met kleine veranderingen.
  • Opdrachten: drie per les, van klein aanpassen tot zelf bouwen, elk met een eigen oefenveld, tip en antwoord.

Elke les sluit af met "Er gaat iets mis": de fout die je bij dit onderwerp in het echt tegenkomt, en hoe je hem herkent.

Aan de slag

Begin met Een knop die iets doet.